Rekening houden met zwarte betrokkenen kan ook betekenen dat Zwarte Piet blijft

Door Yannick Coenders en Sebastien Chauvin

Basisscholen laten zich in hun worsteling met de Zwarte Pietdiscussie vooral leiden door vermeende gevoelens van zwarte betrokkenen, blijkt uit een enquête. Maar die gevoelens zijn evengoed reden Zwarte Piet níet aan te passen.

15 november 2017

Rekening houden met zwarte betrokkenen kan ook betekenen dat Zwarte Piet blijft

Sinds enkele jaren moet iedereen die betrokken is bij het Sinterklaasfeest zich verhouden tot Zwarte Piet. Waar scholen, Sinterklaascomité’s, mediamakers en lokale overheden ermee weg konden komen vroegere protesten links te laten liggen, is het innemen van een neutrale positie inmiddels onmogelijk. Ook de figuur niet aanpassen en doorgaan op de oude voet kan alleen maar begrepen worden als een keuze in het licht van de strijd over Zwarte Piet.

In die context deden wij in 2014 en 2015 onderzoek naar de vraag of en hoe basisscholen Zwarte Piet in de ban deden, aanpasten of juist onaangepast lieten. Een enquête, verspreid onder alle Nederlandse basisscholen (respons 15 procent), leerde ons tegen onze eigen verwachtingen in dat de fysieke aanwezigheid van zwarte mensen in de omgeving een kleine rol speelt in het beslissingsproces over de invulling van de viering. Ethnoraciale achtergronden op gemeenteniveau blijken een slechte voorspeller van de mate waarin Zwarte Piet wordt aangepast of in de ban wordt gedaan.

Aanpassen of niet?

Ras blijkt echter wel op een andere manier relevant. Zowel uit de enquête als uit kwalitatieve interviews komt naar voren dat de emoties van zwarte mensen een rol kunnen spelen in de rechtvaardiging van door scholen gemaakte keuzes. Daarmee bedoelen we niet de daadwerkelijke emoties van zwarte mensen, maar de manier waarop scholen die emoties percipiëren. Zowel bij scholen die Zwarte Piet aanpasten als bij scholen die de figuur onveranderd lieten, doken zwarte emoties regelmatig op als argument.

De veronderstelde aan- of afwezigheid van zwarte emoties als motief vonden we in drie vormen terug:

  1. ‘Om aan de gevoelens van zwarte mensen tegemoet te komen hebben we besloten tot verandering over te gaan.’
  2. ‘Onze school/omgeving is wit. Het is dus geen probleem, want niemand heeft er last van.’
  3. ‘We hebben het aan zwarte kinderen/ouders gevraagd en zij vinden Sinterklaas leuk. Aanpassing is dus niet nodig.’

Een van de manieren waarop veel zwarte Nederlanders de discussie over Zwarte Piet aangaan, is door het delen van eigen ervaringen. Het is immers lastig voor vrienden, familie en collega’s om over het verdriet van een naaste heen te stappen. Bovendien is het een strategie die veiliger is dan een meer confronterende strategie zoals het hanteren van de slogan ‘Zwarte Piet is racisme’. Menig protest eindigde de afgelopen jaren namelijk in gewelddadige arrestaties. En ook op sociale media zijn bedreigingen en racistische scheldkanonnades aan het adres van anti-Zwarte-Piet-activisten een dagelijkse realiteit.

Rekening houden met de ander kan ook uitmonden in verdediging van Zwarte Piet

Uit onze resultaten blijkt echter dat wanneer de gevoelens van zwarte mensen maatgevend zijn, dit niet noodzakelijk tot aanpassing van Zwarte Piet leidt. Zwarte mensen kunnen even goed gemobiliseerd worden om Zwarte Piet te houden zoals hij is. Zo antwoordde een respondent van een school uit Utrecht: ‘Ik heb het de kinderen van andere landen/culturen gevraagd en ze waren het er unaniem over eens dat Zwarte Piet leuk is.’

Een groter gevaar is dat het multiculturele ideaal van rekening houden met ‘de ander’ ook kan uitmonden in het mobiliseren van witte gevoelens ter verdediging van Zwarte Piet. In een multiculturele droomwereld houdt immers iedereen evenveel rekening met elkaar. Of zoals scenarioschrijver van het Sinterklaasjournaal, Ajé Boschhuizen in een interview met NRC de keuze voor het behoud van Zwarte Piet in het Sinterklaasjournaal verdedigde: ‘Ik las in een onderzoek dat 80 procent van de bevolking voor Zwarte Piet is. Dus dacht ik: dan doen we twee op tien [roetveegpieten].’ In een multiculturele democratie van emoties betekent rekening houden met de gevoelens van de een dus het tekortdoen aan de gevoelens van de ander.

Het kan ook dat er niks verandert

Gevangen tussen witte nationalistische verlangens om traditie te eren en mogelijk internationaal gezichtsverlies, proberen organisatoren, scholen en mediamakers daarom te laten zien dat ze aan alle emoties in juiste mate tegemoetkomen. Zo besloot een aantal scholen in 2014 in navolging van het Sinterklaasjournaal naast Zwarte Pieten enkele roetveegpieten toe te voegen aan de viering.

De wijze waarop dit gebeurt geeft inzicht in wat verandering betekent. Op een school in de Randstad, bijvoorbeeld, bestempelde het hoofd de aanpassingen als succesvol omdat de leerlingen de toevoeging van roetveegpieten niet hadden opgemerkt. Rekening houden met gevoelens, kan er dus voor zorgen dat Zwarte Piet wordt aangepast en uiteindelijk misschien zelfs verdwijnt.

Verandering moet zich in dat scenario echter geleidelijk voltrekken, zodat een moeilijk gesprek over racisme kan worden voorkomen. De andere kant van de medaille is dat een beroep op gevoelens het mobiliseren van witte fragiliteit kan legitimeren, met als consequentie dat er niks verandert.

Yannick Coenders is promovendus op de afdeling sociologie aan Northwestern University.

Sébastien Chauvin is socioloog en universitair hoofddocent op de afdeling sociale wetenschappen aan de Universiteit van Lausanne.

Het artikel waar op dit stuk gebaseerd is vindt u hier.